Bloeddrukmeting

Een bloeddrukmeting kan op verschillende manier worden uitgevoerd. Allereerst kan men namelijk de bloeddruk op een invasieve manier meten, dus in een bloedvat. Dit komt echter minder vaak voor dan het meten van de bloeddruk buiten het lichaam door middel van een manchet om de bovenarm, een band om de pols of zelfs eentje om een vinger. Op het moment dat de bloeddruk door een arts of een andere medische medewerker gemeten wordt zal vrijwel altijd gebruik worden gemaakt van een bloeddrukmeter zoals die dppr de Oostenrijker Siegfried von Basch in 1891 is bedacht.

Allereerst zal de arts een band (manchet) om de bovenarm van de patiënt aanbrengen en deze met behulp van een pompje of knijpballon opblazen. De bloeddruk zal worden gemeten op het moment dat de opgeblazen band langzaam leeg wordt gelaten. Door met een stethoscoop net onder de manchet te luisteren kan de arts de wervelingen in het bloedvat horen die ontstaan op het moment dat het bloed weer kan gaan stromen. De gemeten bloeddruk wordt ook wel de bovendruk genoemd. De onderdruk kan men namelijk pas meten zodra alle geluiden weer zijn verstomd en het bloed gewoon weer kan stromen. Is dat het geval dan heeft men de onderdruk te pakken.

Hoewel het meten van de bloeddruk niet als pijnlijk wordt ervaren zien er toch veel mensen soms een beetje nerveus voor. Deze spanning kan op zich geen kwaad maar zorgt er meestal wel voor dat de bloeddruk zo’n 20 tot wel 30 mm Hg hoger uitvalt ten opzichte van de normale waarde. Om erg afwijkende waardes te kunnen voorkomen kan men gedurende een etmaal een automatische bloeddrukmeter aan te sluiten en deze om elk kwartier de bloeddruk te laten meten. De gemeten waardes worden vervolgens opgeslagen op een geheugen dat in het apparaat verwerkt zit.

Bij een normale bloeddrukregulatie zal namelijk de bloeddruk gedurende de slaap zo’n 20 tot zelfs 30 procent lager worden dan de normale bloeddruk van een bepaald persoon. Is dit niet het geval dan is er sprake van non-dipping (niet dalen). In tegenstelling tot in het verleden, toen men alleen de bloeddruk ging meten op het moment dat een patiënt geopereerd werd, zal men vandaag de dag veel vaker te maken krijgen met het meten van de bloeddruk. Zo zal bijvoorbeeld bij een zwangere vrouw veel frequenter de bloeddruk worden opgemeten maar ook bij mensen die reeds bekend zijn met een te hoge of juist een te lage bloeddruk.

Verder is het aanzienlijk gemakkelijker geworden om thuis, in de eigen vertrouwde omgeving, de bloeddruk te meten met behulp van speciaal daarvoor ontwikkelde bloeddruk meters. Deze meters bevestigd men eenvoudig rondom de bovenarm, de pols of de vinger en na een korte tijd verschijne n de bloeddrukwaardes op een digitaal beeldschermpje. Deze apparaten zijn niet alleen erg gemakkelijk in het gebruik maar ook nog eens eenvoudig mee te nemen. Zo is het voor iedereen mogelijk geworden om de bloeddruk op te nemen zonder daar eerst de nodige opleidingen voor gehad te hebben.